Heb je geen vier of vijf weken voor West-Australië, dan zou ik niet proberen om óók nog helemaal naar Ningaloo te rijden. De afstanden worden dan simpelweg te groot. Deze route blijft bewust in het zuidwesten en dat geeft veel meer rust. Je ziet nog steeds totaal verschillende landschappen, maar zonder dat je om de paar dagen een enorme rijdag nodig hebt.
Ik vind vooral de opbouw heel fijn. Rottnest is licht en relaxed, met die heerlijke quokka’s en dat knalblauwe water. Daarna verandert het landschap zodra je het binnenland in rijdt en bij Esperance wordt alles ineens bijna onwaarschijnlijk wit en turquoise. Lucky Bay is natuurlijk beroemd vanwege de kangoeroes op het strand, maar Cape Le Grand is veel meer dan dat ene fotomoment: granieten heuvels, baaien en wandelingen maken het een gebied waar je heerlijk kunt vertoeven.
Verder westwaarts wordt het landschap groener. Rond Albany en Denmark krijg je ruige kust en bossen, bij Pemberton staan de enorme karri-bomen en daarna eindig je tussen de wijnranken van Margaret River. Dat laatste stuk mag wat mij betreft ook gewoon lekker langzaam. Overdag een kustwandeling of wijnproeverij, uitgebreid lunchen en daarna terug naar een kleinschalig verblijf tussen het groen. En reis je in september of oktober, dan krijg je onderweg ook nog die wilde bloemen cadeau. De reis sluit af met een paar dagen in het gezellig Fremantle, of Freo, zoals de locals het noemen. Lekker eten, gezelligheid en in alle rust de reis laten bezinken.