Nieuw-Zeeland lijkt op de kaart overzichtelijk, maar zodra je er reist merk je hoe enorm verschillend de regio’s zijn. Subtropische baaien in het noorden, vulkanische landschappen rond Tongariro en Taranaki, wijngebieden in Hawke’s Bay en Marlborough, gletsjers aan de West Coast en fjorden, bergen en lege kustwegen in het zuiden. Het uitzicht verandert werkelijk voortdurend.
Juist daarom maak ik een rondreis door Nieuw-Zeeland nooit als een standaardroute langs alleen de bekende highlights. Natuurlijk kunnen Aoraki/Mount Cook, Milford Sound en Abel Tasman prachtig zijn, maar ik kijk net zo graag naar Great Barrier Island, Golden Bay, de East Cape, Doubtless Bay of een afgelegen plek aan de West Coast. Soms maakt juist dat minder bekende stukje de reis bijzonderder.
Ik stel iedere reis op maat samen, met genoeg tijd om te wandelen, ergens drie of vier nachten te blijven, een bijzondere accommodatie mee te pakken en onderweg ook gewoon ruimte te hebben voor wat zich aandient. Een lokale winery, een kustweg die langer duurt dan gedacht of die ene baai waar je eigenlijk nog helemaal niet weg wilt.