Ik vind het Northern Territory één van die delen van Australië waarvoor je echt de tijd moet nemen om te begrijpen waar je bent. Natuurlijk zijn de landschappen spectaculair, maar als je alleen naar watervallen, rotsen en uitzichtpunten rijdt, mis je een belangrijk deel van het verhaal. In Nitmiluk, Kakadu en rond Uluru zou ik daarom heel bewust ervaringen met Aboriginal gidsen opnemen. Niet als los cultureel uitstapje, maar juist verweven met het landschap: waarom een plek belangrijk is, welke verhalen eraan verbonden zijn en hoe mensen hier al duizenden jaren leven. De oude route bevatte bijvoorbeeld al een culturele cruise in Nitmiluk en mogelijkheden om Arnhem Land met een Aboriginal gids te bezoeken.
De eerste helft van de reis is heerlijke weelderig groen. Rond Litchfield wandel je naar watervallen en swimming holes, bij Nitmiluk snijden diepe kloven door het landschap en rond Kakadu en Mary River draait veel om wetlands, vogels, buffels en krokodillen. Daarna vlieg je naar Alice Springs en lijkt iemand het kleurenpalet te hebben omgedraaid. Kings Canyon en Uluru voelen droger, ruiger en veel opener. Die overgang maakt de route zo sterk.
En dan Sydney. Ik zou die stad hier absoluut niet zien als ‘nog even vier nachten stad erachteraan’. Na weken bush, wetlands en Outback is het heerlijk om opeens weer te kiezen tussen een ferry naar Manly, een wandeling langs de kust, een voorstelling in het Opera House of een tafel met uitzicht over de haven. Dat contrast maakt de reis voor mij compleet.
Overigens: voor deze reis is timing erg belangrijk. Dit is namelijk een perfecte reis om in onze zomervakantie uit te voeren. Met het hele gezin ook echt super en afwisselend!