Tasmanië wordt vaak in 5 tot 8 dagen ‘meegenomen’, maar ik vind het juist een eiland waar je niet te hard doorheen moet rijden. De afstanden lijken op papier soms klein, alleen wil je onderweg steeds stoppen. Even naar dat strand beneden, tóch die wandeling maken, een wombat bekijken die doodgemoedereerd naast het pad staat… Daarom krijgen Freycinet en Cradle Mountain drie nachten en eindigen we ook niet met één snelle dag Bruny Island. Dat maakt een behoorlijk complete route ineens veel relaxter.
Wat ik zo leuk vind aan deze reis, is dat geen enkel deel op het vorige lijkt. Op Tasman Peninsula sta je boven woeste kliffen en diepe zeegrotten, een paar dagen later loop je op bijna wit zand bij de Bay of Fires. Daarna verdwijnen de stranden uit beeld en kom je tussen de bergen van Cradle Mountain terecht. En Corinna zou ik absoluut niet overslaan: een piepkleine historische nederzetting aan de Pieman River, omringd door Tarkine-regenwoud. Hier stap je bijvoorbeeld zelf in een kajak en peddel je door water waarin de bomen bijna perfect weerspiegelen.
Ook de accommodaties mogen die verschillen volgen. Een fijne plek midden in Melbourne vraagt iets anders dan een cabin bij Cradle Mountain of een kleinschalig verblijf op Bruny Island. Juist op Tasmanië zijn er ontzettend veel adressen waar de ligging het halve werk doet: wakker worden met bergen buiten je raam, wallabies rond je huisje of ’s avonds vanaf je terras alleen nog bos horen.