Deze reis is voor mij persoonlijk bijzonder, want ik maakte hem in 2018 zelf. Het was inmiddels absoluut niet mijn eerste keer Nieuw-Zeeland, maar wél mijn eerste kennismaking met Great Barrier Island. En dat eiland bleef hangen. Je vliegt vanuit Auckland in ongeveer een halfuur naar een wereld van surfstranden, beschutte baaien, native bush en een kleine gemeenschap die grotendeels off-grid leeft. Inmiddels is Aotea een plek die ik veel vaker in routes gebruik, alleen als de match tussen reiziger en deze unieke bestemming écht klopt.
Ook de rest van deze reis ontstond vanuit diezelfde nieuwsgierigheid. Ik wilde niet alleen naar Rotorua en daarna rechtstreeks door naar Napier, maar juist de oostkant volgen. Dus langs de Bay of Plenty naar de East Cape, over die lange kustweg waar kleine nederzettingen, stranden en groene heuvels elkaar afwisselen. Op mijn oude route sliep je zelfs bij Anaura Bay, waar je vanuit je verblijf zo het strand opliep voor de zonsopkomst.
En die lijn trok ik eigenlijk gewoon door op het Zuidereiland. Ja, Abel Tasman zit erin, maar daarna ook Golden Bay. Queenstown liet ik links liggen en koos voor Glenorchy. Milford Sound maakte plaats voor een uitgebreidere ervaring in Doubtful Sound. En helemaal aan het einde zak je door naar de Catlins en Otago Peninsula, waar de kust weer ruiger wordt en wildlife een veel grotere rol krijgt. Dat maakt deze route nog steeds heel erg ‘mij’: niet per se de highlights vermijden, maar wel telkens kijken of er nét naast die bekende plek iets ligt waar je veel sterker het gevoel krijgt dat je door Nieuw-Zeeland reist en niet door een toeristische route.