Straddie zoals Straddie hoort te zijn
Verblijf op het bijzondere North Stradbroke Island bij SeaShanties en laat het eiland het werk doen. Koala's, kangoeroes en de kust van Straddie liggen hier allemaal dichtbij.
Deze website maakt gebruik van cookies om de website te verbeteren. Lees meer
Noodzakelijk
Noodzakelijk voor het functioneren van de website.
Analytisch
Helpt ons te begrijpen hoe bezoekers de website gebruiken.
Marketing
Wordt gebruikt om relevante advertenties te tonen.
Queensland is veel meer dan palmbomen en het Great Barrier Reef. Natuurlijk vind je hier tropische eilanden, koraal en stranden waar het water bijna onwerkelijk blauw is, maar rijd een stukje landinwaarts en je staat ineens tussen bergen, watervallen en regenwoud. In het noorden speur je naar cassowaries en boomkangoeroes, rond Brisbane liggen nationale parken en eilanden vol wildlife en voor de kust kun je dagenlang verdwijnen op een klein eiland midden in het Great Barrier Reef.
Dat is voor mij de grote kracht van Queensland: je hoeft eigenlijk nooit te kiezen tussen natuur, wildlife, strand en avontuur. Het zit hier allemaal behoorlijk royaal door elkaar.
Rond Cairns, Port Douglas en Cape Tribulation zit je midden in een van de groenste stukjes Australië. Hier groeit het regenwoud bijna tot aan zee en in de Daintree kun je overdag tussen eeuwenoude bomen wandelen, ’s avonds met UV-licht op zoek naar alles wat in het donker wakker wordt en de volgende ochtend alweer met een kleine boot het Great Barrier Reef op.
Een stukje landinwaarts veranderen de palmen langzaam in groene heuvels van de Atherton Tablelands. Daar speur je naar vogelbekdieren, bezoek je gigantische fig trees en heb je kans om een Lumholtz boomkangoeroe tussen de takken te ontdekken. Ook cassowaries leven in dit deel van Queensland. Het is precies zo’n gebied waar ik liever drie nachten blijf dan er tijdens een dagtour doorheen race.
Voor de kust bij Townsville ligt Magnetic Island, oftewel Maggie. Een van die eilanden waar de vakantieknop eigenlijk al aangaat zodra je van de ferry rijdt.
Je wandelt de Forts Walk en zoekt onderweg naar wilde koala’s, gaat tegen zonsondergang op zoek naar rock wallabies en rijdt tussendoor van baai naar baai. Voeg daar zwarte kaketoes, kookaburra’s en tropische stranden aan toe en je hebt een eiland waar je heel makkelijk een paar dagen kwijt bent.
Maggie is bovendien precies het tegenovergestelde van een gelikt resort-eiland. Je hebt dorpjes, gewone huizen, veel natuur en genoeg kleine weggetjes om zelf op ontdekking te gaan.
Ook rondom Brisbane vind je ontzettend veel moois. North Stradbroke Island ligt praktisch voor de deur en barst van het wildlife. Tijdens de North Gorge Walk kun je kangoeroes op het pad tegenkomen, dolfijnen en schildpadden in zee zien en in het walvisseizoen zelfs bultruggen vanaf de kust spotten.
Landinwaarts liggen de Glass House Mountains, Montville en Maleny. Een compleet andere wereld van grillige bergpieken, wandelingen, kleine dorpjes en uitzichtpunten. Nog iets zuidelijker duik je bij Springbrook National Park het regenwoud weer in. Watervallen, pademelons en wandelingen waarbij je soms praktisch alleen onderweg bent.
Allemaal plekken die makkelijk vanuit Brisbane bereikbaar zijn, maar veel leuker worden zodra je er ook echt blijft slapen.
Het Great Barrier Reef strekt zich over ruim 2.300 kilometer langs de kust van Queensland uit. Alleen al daardoor is het jammer om te denken dat je voor het rif automatisch naar Airlie Beach, de Whitsundays en Whitehaven Beach moet.
Prachtig? Zeker. Maar ook bekend en druk.
Ik vind het veel leuker om naar kleinere eilanden te kijken. Heron Island ligt werkelijk óp het Great Barrier Reef en werkt ook heel goed met kinderen. Vanaf het strand kun je snorkelen en je zit midden tussen schildpadden, roggen, rifvissen en ander zeeleven. Met wat geluk zie je - net zoals ik op Heron Island meemaakte - jonge zeeschildpadjes uit hun nest kruipen en over het zand richting zee snellen.
Voor stellen is Wilson Island weer totaal anders. Klein, adults-only en glamping midden op het rif. Geen groot resortgevoel, maar een handvol tenten, strand en koraal rondom. Dit is zo’n plek waar de bestemming en accommodatie eigenlijk hetzelfde zijn.
Queensland is groot. Heel groot. Daarom zou ik eerder in kleine rondes denken dan proberen om in drie weken de hele kust af te rijden.
Heb je ongeveer twee weken, maak dan bijvoorbeeld een mooie ronde vanuit Cairns. Combineer Port Douglas, Daintree en Cape Tribulation met de Atherton Tablelands en eventueel een rifervaring of Magnetic Island en Mission Beach.
Ook rond Brisbane kun je makkelijk twee weken vullen met North Stradbroke Island, Springbrook, Glass House Mountains, Montville en Maleny en een stukje Sunshine Coast. Net wat meer tijd? Plak dan een verblijf op een eiland aan het Great Barrier Reef eraan vast, zoals Heron, Wilson of Lady Elliot Island.
Wil je echt van Brisbane naar Cairns rijden en onderweg ook de plekken meenemen die ik het leukst vind, dan zou ik daar liever zo’n vijf weken voor nemen. Dan kun je een eiland op, het achterland in, ergens drie nachten blijven omdat het er gewoon fijn is en hoef je niet voortdurend kilometers weg te tikken.
Daar wordt een rondreis door Queensland in mijn ogen beter van.
Voor het tropische noorden zou ik de periode grofweg tussen januari en mei liever vermijden. Het is warm, vochtig en dit valt samen met het natte seizoen en de periode waarin tropische cyclonen kunnen voorkomen.
Rond Brisbane ligt dat anders. Zuid-Queensland heeft een veel minder uitgesproken tropisch klimaat en kan daardoor ook in onze winter en het begin van het jaar prima bereisbaar zijn.
Dat verschil is belangrijk: Queensland is zo groot dat één algemeen antwoord op de vraag naar de beste reistijd eigenlijk niet bestaat.
New South Wales is de meest logische combinatie. Je kunt een reis rondom Brisbane gemakkelijk koppelen aan Byron Bay en verder zuidwaarts richting de Blue Mountains en Sydney, of juist vliegen tussen Sydney en Queensland.
Maar logisch hoeft natuurlijk niet altijd het leukste te zijn.
Een combinatie van Queensland met Western Australia geeft je twee compleet verschillende kanten van Australië: tropisch groen en Great Barrier Reef tegenover rode aarde, enorme afstanden en de kust van het westen.
Ook South Australia vind ik een hele mooie tegenhanger. Na het tropische Queensland ineens de ruigere, drogere landschappen en dat afgelegen outbackgevoel van Zuid-Australië in. Juist dat contrast kan een langere Australiëreis ontzettend sterk maken. Een voorbeeldreis die onder andere deze twee gebieden combineert heb ik uitgeschreven.
Queensland kun je prima als bestemming op zichzelf bereizen, maar het laat zich ook heel makkelijk combineren. Denk aan een route van Brisbane naar Cairns, een compactere reis door alleen Tropical North Queensland of juist een langere combinatie met New South Wales, South Australia, Fiji of Nieuw-Zeeland. De voorbeeldreizen hieronder laten vooral zien hoeveel kanten je met Queensland op kunt; van wildlife en regenwoud tot eilanddagen en langere roadtrips.